header image
Start pagina arrow Honden informatief arrow Informatief - Fokreglement
Informatief - Fokreglement Print E-mail
Tuesday, 24 January 2006

Dit reglement bevat de bepalingen van het fokreglement verbonden aan de inschrijving van honden van het ras in de Nederlandse Hondenstamboekhouding (het NHSB).

1 - Algemeen deel.

Artikel 1 - Definities:
1.1: Raad: de vereniging "Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland", statutair gevestigd en kantoor houdend te Amsterdam aan de Emmalaan 16 - 18.
 
1.2: Het NHSB: de Nederlandse Hondenstamboekhouding zijnde het Stamboomregister met inbegrip van de bijbehorende Bijlagen en Voorlopige Registers. Het is de door de Raad bijgehouden Nederlandse stamboekhouding van rashonden op basis waarvan door de Raad stambomen kunnen worden afgegeven.
 
1.3: F.C.I.: de Federation Cynologique Internationale, de overkoepelende internationale organisatie op kynologisch gebied, waarvan de Raad lid is en deel uitmaakt.
 
1.4: Rasvereniging: de bij de Raad aangesloten vereniging, genaamd de Nederlandse Teckelclub statutair gevestigd te ‘s Gravenhage.
 
1.5: Fokker: de eigenaar van de in het NHSB opgenomen teef waarmee gefokt wordt c.q. zal gaan worden.
 
1.6: Dekreu-eigenaar: de eigenaar van de in het NHSB dan wel in een door de F.C.I. erkende buitenlandse stamboekhouding ingeschreven reu die de teef van de fokker gedekt heeft c.q. zal gaan dekken.
 
1.7: Fokuitsluitende ziekten, afwijkingen of handelingen: de in bijlage 1 genoemde of aangeduide ziekten, afwijkingen of handelingen op grond waarvan de nakomelingen van de betreffende hond het recht op zowel een Stamboom wordt ontzegd.
 
1.8: Dekking: een dekking wordt aangemerkt als een voor de werking van dit reglement relevante gebeurtenis, indien er een dekkaart is ingevuld, ondertekend en ingediend bij de Raad.
 
1.9: Nest: van een nest in de zin van dit reglement is sprake indien dit nest gerelateerd kan worden aan de dekkaart als bedoeld in artikel 1.8 alsmede indien voor dit nest een geboorte aangifte kaart is ingevuld, ondertekend en ingediend bij de Raad. 
 
Artikel 2 - Doelstelling:
Dit fokreglement is gericht op het instandhouden, bewaken en bevorderen van de gezondheid, het karakter en het welzijn, alsmede van de rastypische eigenschappen van het ras. 
 
Artikel 3 - Reikwijdte en begrenzing:
3.1: Dit fokreglement is van toepassing op in Nederland te fokken honden en stelt de voorwaarden vast voor de registratie in het NHSB en voor de toekenning en afgifte van de daarbij horende Stamboom, onverminderd het bepaalde in het hoofdstuk De Registratie van het Kynologisch Reglement.
 
3.2: Dit fokreglement is tot stand gebracht en vastgesteld door de rasvereniging. Voor de onderdelen van dit reglement waarbij de rasvereniging gebruik wenst te maken van de instrumenten van de Raad, is instemming van de Raad verkregen. Daarmee is dit reglement op die onderdelen een reglement, waarop de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van toepassing zijn, alsmede het Kynologisch Reglement in het algemeen, in het bijzonder waar het hoofdstuk Registratie betreft, alsmede in het bijzonder het Tuchtreglement en het Reglement betreffende de Geschillencommissie. Op de inschrijving zijn daarenboven de Algemene Voorwaarden van levering van de Raad van toepassing, indien de fokker geen lid is van een bij de Raad aangesloten vereniging. Deze Algemene Voorwaarden zijn gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank te Amsterdam onder nummer 45/2000 alsmede bij de Kamer van Koophandel en fabrieken te Amsterdam onder nummer 40531977.
 
3.3: De verantwoordelijkheid voor het fokken en afleveren van pups ligt bij de fokker. De rasvereniging alsmede de Raad aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid ten aanzien van eventuele gebreken bij de pup, betrokken van een fokker. Ook als deze zich houdt aan het bepaalde in dit fokreglement.

Artikel 4 - Algemene eisen voor inschrijving in het NHSB:
4.1: Honden die niet gefokt zijn met inachtneming van tenminste het gestelde in artikel 5 van dit reglement worden van registratie in het NHSB uitgesloten.
 
4.2: Nakomelingen van ouders met fokuitsluitende kenmerken of van ouders waarmee de fokuitsluitende bepalingen worden overtreden zoals genoemd in bijlage 1 worden uitgesloten van registratie in het NHSB. Bovendien kan het fokken met honden, waarop de fokuitsluitende bepalingen zoals genoemd in bijlage 1 van toepassing zijn, worden aangemerkt als een kynologisch strafbaar feit, ten aanzien waarvan het Tuchtcollege voor de Kynologie kan besluiten tot het opleggen van een tuchtmaatregel.
 
4.3: Beide ouderdieren moeten tot hetzelfde ras behoren overeenkomstig het bepaalde in het hoofdstuk Registratie van het Kynologisch Reglement. In het geval dat de vaderhond van een in het buitenland woonachtige eigenaar is, moet deze hond in een door de FCI erkende buitenlandse stamboekhouding zijn ingeschreven.
 
4.4: De fokker en de omstandigheden waaronder wordt gefokt, moeten minimaal voldoen aan de criteria opgenomen in bijlage 2.
 
4.5: De fokker en de dekreu-eigenaar dienen, gevraagd en ongevraagd, de bij hen beschikbare en bekende gegevens te verstrekken die van belang zijn voor de fokkerij. Zij dienen zich op de dekkaart schriftelijk akkoord te verklaren met registratie van deze gegevens en verstrekking daarvan vanuit deze registratie aan belanghebbende derden.
 
4.6: Als op basis van de gezondheid of het gedrag van één of meerdere nakomelingen moet worden verondersteld dat (een van) de ouderdieren een (vermoedelijk) erfelijke ziekte of afwijking heeft of vererft, kan dit ouderdier c.q. deze ouderdieren, na overleg met de rasvereniging, door de Raad van de fokkerij worden uitgesloten. Het bestuur van rasvereniging kan de Raad wijzen op de hiervoor bedoelde situatie. Daarnaast kan het verzoek tot nemen van dit besluit worden gedaan door belanghebbende(n), ingeval bij meerdere nakomelingen moet worden verondersteld dat het ouderdier een (vermoedelijke) erfelijke ziekte of afwijking heeft of vererft. Het verzoek dient te worden gericht aan de Raad, die in overleg met de rasvereniging beslist of dit ouderdier c.q. deze ouderdieren van de fokkerij dienen te worden uitgesloten. Indien de eigenaar dit ouderdier wil blijven inzetten bij de fokkerij, zal hij dit ouderdier op zijn kosten op de betreffende ziekte of  afwijking moeten laten onderzoeken. Nakomelingen van het betreffende ouderdier, verwekt na het besluit tot uitsluiting van de fokkerij, zullen niet in het NHSB worden ingeschreven tot dat onomstotelijk is vastgesteld, dat op grond van het onderzoek het ouderdier tot de fokkerij kan worden toegelaten. Indien uit bedoeld onderzoek blijkt dat het dier tot de fokkerij kan worden toegelaten, worden de in redelijkheid gemaakte kosten van dit onderzoek door de Raad vergoed. Tegen de beslissing van de Raad staat voor belanghebbenden beroep open bij de Geschillencommissie.
 
Artikel 5 - Afstammingsbewijzen (momenteel niet aan de orde):
5.1: Honden die gefokt zijn met inachtneming van tenminste de bepalingen opgenomen in de artikelen 3, 4 en 7 van dit reglement, alsmede het hoofdstuk De Registratie van het Kynologisch Reglement, worden geregistreerd in het Afstammingsbewijzenregister van het NHSB, dan wel in de bijbehorende Bijlagen of het Voorlopig Register. Er wordt voor deze honden een Afstammingsbewijs toegekend.
 
5.2: De fokker, die in aanmerking wil komen voor een Afstammingsbewijs voor zijn fokproducten dient zich door ondertekening van de dekkaart schriftelijk akkoord te verklaren met en te handelen naar de bepalingen opgenomen in de artikelen 2, 3, 4, 7, 12 en 13 van dit reglement en de bewijsstukken waarmee aangetoond wordt dat voldaan wordt aan artikel 4 en 7 van dit reglement bij te voegen.
 
 
Artikel 6 - Stambomen:
6.1: Honden die gefokt zijn met inachtneming van de bepalingen opgenomen in dit reglement alsmede het hoofdstuk Registratie van het Kynologisch Reglement, worden geregistreerd in Stamboomregister van het NHSB, dan wel in de bijbehorende Bijlagen of het Voorlopig Register. Er wordt voor deze honden een Stamboom toegekend.
 
6.2: De fokker, die in aanmerking wil komen voor een Stamboom voor zijn fokproducten dient zich door ondertekening van de dekkaart schriftelijk akkoord te verklaren met, en te handelen naar, de bepalingen die zijn vastgesteld in dit reglement en, voorzover van toepassing verklaard, de bewijsstukken waarmee aangetoond wordt dat voldaan wordt aan artikel 4,7, 8, 9 en 10 van dit reglement bij te voegen.

2 - Rasspecifiek deel

Artikel 7 - Welzijn- en fokkerijeisen:
7.1: Beide ouderdieren dienen over een goede gezondheid te beschikken, zowel lichamelijk als mentaal.
 
7.2: Beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie te staan als ouder - kind of als (half)broer - (half)zuster.
 
7.3: De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is slechts 3 maaltoegestaan.
 
7.4: De teef mag ten tijde van de dekking, niet jonger zijn dan 18 maanden. De teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden oud wordt. Voor teven die nog in goede conditie zijn, kan boven deze leeftijd van 96 maandenmaanden dispensatie worden verleend. Deze dispensatie wordt geacht te zijn verleend indien een gezondheids-verklaring ondertekend door een dierenarts kan worden overgelegd, waaruit blijkt dat de teef in een goede conditie verkeert en de voorgenomen dekking en de daaruit voortkomende dracht, geboorte en verzorging van de pups, vanuit medisch oogpunt geen beletselen oproepen. De bedoelde gezondheidsverklaring mag, ten tijde van de aanvraag niet ouder zijn dan 8 weken en dient op grond van artikel 5.2 onderscheidenlijk 6.2. van dit reglement met de dekkaart bij de Raad te worden ingediend.
 
7.5: De dekking dient een natuurlijk verloop te hebben. Kunstmatige inseminatie is slechts toegestaan na verkregen toestemming op basis van een gemotiveerd verzoek. Dit verzoek dient minimaal één maand vóór de voorgenomen dekking bij het bureau van de Raad te worden ingediend.
 
7.6: De minimale leeftijd van de reu, ten tijde van de dekking, dient tenminste 12 maanden te bedragen. Deze reu dient dan wel een oogonderzoek gedaan te hebben. Hij mag tussen de 12 en 18 maanden nesten produceren, als men de reu na 18 maanden wil gebruiken zal hij opnieuw de ogentest moeten ondergaan.
 
7.7: De teef mag bij de geboorte van het eerste nest niet ouder zijn dan 60 maanden. De geboorte dient een natuurlijk verloop te hebben. Indien de geboorte van het nest voor de tweede maal operatief, door middel van een keizersnede (sectio caesarea), heeft plaatsgevonden mag de teef niet verder meer voor de fokkerij worden gebruikt.
 
7.8: Een teef mag slechts twee nesten per vierentwintig maanden voortbrengen met dien verstande, dat de periode tussen de laatste werpdatum en de daaropvolgende dekking tenminste acht maanden moet bedragen. Een teef mag gedurende haar leven maximaal 4 nesten krijgen.
 
7.9: Een reu mag maximaal ** (zie achteraan fokreglement) nesten per kalenderjaar voortbrengen met een totaal maximum van ** (zie achteraan fokreglement) nesten gedurende zijn leven.
 
7.10: De fokker zal zorg dragen voor een deugdelijke ontworming en inenting van de pups, volgens gangbare veterinaire inzichten, en voor een volledig door de dierenarts ingevuld vaccinatieboekje. De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van negen weken.  

Artikel 8 - Rasspecifieke gezondheidseisen:
8.1: De eigenaar of eigenaren van de ouderdieren dienen ten behoeve van een stamboom de ouderdieren te onderwerpen aan een oogonderzoek op erfelijke afwijkingen. De ouderdieren dienen op de datum van het onderzoek een leeftijd van minimaal 18 maanden te hebben. Het
onderzoek dient te worden uitgevoerd door een door de Raad daartoe aangewezen instantie of dierenarts en zal aan de hand van een daartoe met de betreffende instantie of dierenarts overeengekomen onderzoeksprotocol worden uitgevoerd. Indien het betreffende onderzoek een beperkte geldigheidsduur heeft, mag de uitslag van het onderzoek niet ouder zijn dan 12 maanden, te rekenen vanaf de dekkingsdatum. Geen stamboom wordt verstrekt aan de nakomelingen van ouderdieren waarvan de uitslag van het onderzoek luidt: lijder PRA, CEA, Entropion, Ectropion of Cataract, een der ouderdieren mag lijder zijn van distichiasis (na een aantal jaren zal bekeken worden of distichiasis wel of niet is toegenomen, mocht dit het geval zijn dan wordt geëist dat beide ouderdieren vrij zijn). Indien eenmaal een oogafwijking is geconstateerd zal dit altijd bepalend zijn, ook al wijzen vervolgcontroles uit dat de afwijking niet meer geconstateerd wordt. In geval van gebruik van een buitenlandse vaderhond worden de gezondheidseisen waaraan voldaan moet worden door de rasvereniging in overleg met de Raad nader bepaald. Reuen uit het buitenland waar geen oogonderzoeken gedaan worden moeten aan de Nederlandse eisen voldoen, voor reuen uit landen waar wel oogonderzoeken gedaan worden gelden de regels van desbetreffend land. Beide ouderdieren moeten vrij zijn van hernia en epilepsie en mogen hier ook niet aan geleden hebben, er wordt tevens gewerkt aan een meldingsplicht voor deze afwijkingen.
 
8.2: Indien de eigenaar zich niet kan verenigen met het afgegeven onderzoeksrapport kan hij een second opinion laten uitvoeren conform het door de Raad vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol, waarin is voorzien in de mogelijkheid van bezwaar en beroep.
 
8.3: De onderzoeksuitslag wordt naar de rasvereniging verzonden. 
 
Artikel 9 - Gedragseisen en werktesten:
9.1: Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen en het gedrag zoals in de rasstandaard is aangegeven, of indien de rasstandaard geen (actuele) beschrijving van het karakter en/of gedrag bevat, zoals redelijkerwijs voor het betreffende ras mag worden verwacht. 
 
Artikel 10 - Exterieureisen:
10.1: Beide ouderdieren dienen in het algemeen aan de voor het betreffende ras geldende rasstandaard te voldoen. Zij dienen op door de Raad en/of FCI gereglementeerde exposities en/of door de rasvereniging georganiseerde kampioenschapsclubmatch en/of fokgeschiktheidskeuring minimaal de kwalificatie Zeer Goed te hebben behaald op een minimale leeftijd van 12 maanden.
 
10.2: Indien bij het ouderdier sprake is van een zodanige afwijking van de rasstandaard, dat niet aan artikel 10.1 kan worden voldaan, kan door de fokker om een aankeuring door een gekwalificeerde keurmeester worden verzocht. Het verzoek dient te worden gericht aan het bestuur van de rasvereniging, welke zorg zal dragen voor een aankeuring door een door de Raad gekwalificeerde keurmeester.

 

3 - Slotdeel

Artikel 11 - Koopovereenkomst
11.1: Het is de fokker aan te bevelen om de verkoop van de pups schriftelijk vast te leggen door middel van een door de rasvereniging of Raad vastgestelde koopovereenkomst.
 
Artikel 12 - Sanctiebepalingen
12.1: Het is verboden bij aanvraag-, aanmeldings-, inschrijvingsprocedures en alle overige regelingen, die in dit reglement zijn opgenomen of waarnaar verwezen wordt, onjuiste gegevens te verstrekken of om gegevens te verzwijgen.
 
12.2: Hij die het gestelde in het voorgaande artikel of enig ander artikel van dit reglement overtreedt kan, conform het "Reglement betreffende het Tuchtcollege voor de Kynologie" gestraft worden met een of meer der volgende straffen:

  • Berisping; tijdelijke of blijvende diskwalificatie van zijn persoon;
  • Tijdelijke of blijvende diskwalificatie van een of meer van de honden waarvan hij eigenaar is;
  • Ontneming van het recht tot het voeren van een kennelnaam;
  • Tijdelijke of blijvende ontneming van de bevoegdheid om als keurmeester op te treden;
  • Tijdelijke of blijvende ontneming van de bevoegdheid om als official op te treden.

Artikel 13 - Slotbepalingen:
13.1: In bijzondere gevallen kan de Raad, in overleg met het bestuur van de rasvereniging, afwijken van dit reglement, indien strikte toepassing van dit reglement leidt tot een onredelijk en onbillijk resultaat, mits daarmee de belangen van het ras worden gediend en geen onevenredige schade aan belangen van derden wordt toegebracht.
 
13.2: In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Raad, in overleg met het bestuur van de rasvereniging.
 
13.3: Tegen beslissingen van de rasvereniging onderscheidenlijk de Raad, waarbij een belanghebbende rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen staat bezwaar en beroep open bij Raad respectievelijk de Geschillencommissie voor de Kynologie, overeenkomstig het bepaalde in het Reglement betreffende de Geschillencommissie voor de Kynologie
 
13.4: Indien voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de Raad in overleg met het bestuur van de rasvereniging, zorg voor aanvulling van het reglement.
 
13.5: Zowel door de Raad als door de rasvereniging kunnen ten aanzien van dit reglement wijzigingen worden voorgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Algemene Vergadering van de rasvereniging en het bestuur van de Raad.

Artikel 14 - Inwerkingtreding en overgangsbepaling: 
14.1: Dit rasspecifieke fokreglement treedt, na instemming door het bestuur van de Raad, in werking op (nader te bepalen), onder de voorwaarde dat onderhavig reglement door de Algemene Vergadering van de rasvereniging voortijds is aangenomen en vervolgens publicatie op de website van de rasvereniging heeft plaatsgevonden.
 
14.2: Dit rasspecifieke fokreglement is niet van toepassing op de inschrijving van honden, die geboren worden uit een teef, die gedekt is op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
 
14.3: Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- dan wel werkkwalificaties, welke afgegeven zijn c.q. plaatsgevonden hebben voor de inwerkingtreding van dit reglement, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn begrepen.
 
14.4: Bij inwerkingtreding van dit fokreglement bepaalt de rasvereniging het maximum aantal toe te wijzen nesten voor fokdieren die voor de inwerkingtreding van dit fokreglement reeds nesten gehad hebben. Daarbij wordt rekening gehouden met de welzijnsbegrenzingen voor de teef en kan de rasvereniging voor zowel de dekreu als de teef de voor de inwerkingtreding van dit reglement geldende aantalsbeperking meewegen. De Nederlandse Teckelclub zal dat echter niet doen.  Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering van Nederlandse Teckel Club op 16 november 2002 te Voorthuizen.
 

Variëteit

Nesten per jaar

Nesten per leven

Dashond korthaar

4

20

Dashond langhaar

5

25

Dashond ruwhaar

6

30

Dwergdashond korthaar

3

15

Dwergdashond langhaar

3

15

Dwergdashond ruwhaar

6

30

Kaninchendashond korthaar

3

15

Kaninchendashond langhaar

3

15

Kaninchendashond ruwhaar

4

20

Een kaninchenreu mag bij kaninchenteven het aantal nesten geven wat hiervoor staat en bij de dwergteven mag hij het aantal nesten geven wat voor de dwergen staat. Voorbeeld kaninchen ruwhaar reu mag 4 nesten bij kaninchenteef produceren en 6 nesten bij dwergteef.

 

Bijlage 1:

Gronden voor uitsluiting van de fokkerij zoals bedoeld in artikel 4.2 van het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland"
 
A - Fokverbod op verzoek van de fokker Honden waarvoor door de Raad is beslist tot uitsluiting van de fokkerij, op basis van een gemotiveerd verzoek van de fokker bij de aanvraag tot inschrijving in de Nederlandse Hondenstamboekhouding. De betreffende hond komt in dat geval in aanmerking voor een Stamboomcertificaat c.q. een Afstammingsbewijs waarop door de Raad de aanduiding "fokverbod" is aangeven.
 
B - Fokuitsluitende kenmerken en bepalingen:

  1. Kreupele honden;
  2. Beiderzijds dove honden;
  3. Beiderzijds blinde honden;
  4. Honden met extreme angst en/of agressief bijtgedrag;
  5. Honden gehouden onder omstandigheden, waarbij de fokker niet voldoet aan de in Bijlage 2 van het Centraal Fokbeleid bedoelde criteria;
  6. Honden die niet voldoen aan de criteria en bepalingen zoals die voor het betreffende ras zijn vastgelegd in artikel 7 van het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland".

Toelichting: Onderdeel A bevat een regeling die er in het verleden ook was: de fokker zelf verzoekt voor een (of meer) pups de aantekening "fokverbod"op de stamboom of het afstammingsbewijs. Het voordeel van deze regeling is dat er met deze honden dan niet gefokt kan worden (althans geen in het NHSB op te nemen honden gefokt kunnen worden) maar dat de honden wel aan alle kynologische activiteiten deel kunnen nemen. Onderdeel B bevat zeven gronden.
 
Onder 1. wordt verstaan:

  • Honden waarbij door een dierenarts, specialist Chirurgie der Gezelschapsdieren, ingeschreven in het Nederlands Veterinair Specialisten Register, met zekerheid, aan de hand van een geidentificeerde röntgenfoto, is vastgesteld dat de afwijking Heupdysplasie dan wel Elleboogdysplasie dan wel Legg Perthes aan de kreupelheid ten grondslag ligt.
  • Honden die een door een dierenarts, specialist Chirurgie der Gezelschapsdieren, ingeschreven in het Nederlands Veterinair Specialisten Register, uitgevoerde operatieve ingreep hebben ondergaan, waarvan met zekerheid, aan de hand van een geidentificeerde röntgenfoto, vast is komen te staan dat aan de afwijking Heupdysplasie dan wel Elleboogdysplasie dan wel Legg Perthes ten grondslag heeft gelegen.
  • Honden met een röntgenologisch beeld van "Heupdysplasie optima forma", vastgesteld door een FCI-erkende beoordelingsinstantie.
  • Honden met een röntgenologisch beeld van "Elleboogdysplasie graad III", vastgesteld door een FCI-erkende beoordelingsinstantie.

Onder 2. wordt verstaan beiderzijds dove honden, vast te stellen met behulp van een BAER-test.
 
Onder 3. wordt verstaan aan beide ogen blinde honden, onafhankelijk van de oorzaak, vastgesteld door een door de Raad daartoe aangewezen instantie of dierenarts, dan wel voor in het buitenland geregistreerde honden, door een door de F.C.I. erkende instantie of dierenarts.
 
Onder 4. wordt verstaan honden met een extreem angst- en/of bijtgedrag, vast te stellen met een door de Raad erkende gedragstest op angst en/of agressief bijtgedrag.
 
Onder 5. wordt toegelicht bij bijlage 2.

 

Bijlage 2

Criteria voor de omstandigheden waaronder wordt gefokt zoals bedoeld in artikel 4.4 van het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland". Een fokker voldoet aan de in artikel 4.4 van de het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland" bedoelde criteria indien:

  • De conditie van de aanwezige honden is goed;
  • Er zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om loopse teven te scheiden van de reuen;
  • De nestomgeving voldoet aan de minimale criteria dan wel er wordt een zodanige nestomgeving wordt aangegeven, dat hieraan kan en zal worden voldaan;
  • Er zijn voldoende maatregelen genomen om zorg te dragen voor een goede socialisatie van de pups;
  • De moederhond heeft voldoende ruimte om zich in de kraamkamer te verplaatsen, haar behoefte buiten het nest te doen en heeft een mogelijkheid tot een ligplaats buiten bereik van de pups.

Eenieder kan de Raad attenderen op het feit dat aan de hiervoor genoemde criteria niet wordt voldaan.Indien de Raad constateert, dat een of meer van de hiervoor genoemde situaties niet aan de eisen voldoet, wordt de fokker hiervan op de hoogte gesteld en schriftelijk bericht dat binnen veertien dagen de situatie in overeenstemming met de criteria dient te worden gebracht. Indien de ingebrekestelling betrekking heeft op het niet voldoen aan onderdeel a en de fokker binnen genoemde periode van veertien dagen een verklaring kan overleggen van een dierenarts waaruit blijkt dat de honden in een aanvaardbare conditie verkeren wordt de ingebrekestelling ingetrokken. Indien de ingebrekestelling betrekking heeft op het niet voldoen aan onderdeel d kan de fokker binnen genoemde periode van veertien dagen de Raad verzoeken de pups aan een gedragstest te onderwerpen, waarvan de uitslag bepalend zal zijn voor de vraag of de pups in voldoende mate gesocialiseerd zijn.
 
In de gevallen als bedoeld onder b, c en e zal door of namens de Raad na afloop van de in de ingebrekestelling opgenomen periode van twee weken controle plaatsvinden op de naleving van de criteria. Indien de fokker zich niet kan verenigen met de ingebrekestelling kan hij binnen de periode van veertien dagen de Geschillencommissie verzoeken een uitspraak te doen.
 
Als de honden bedrijfsmatig worden gefokt, dan moeten de verblijven van de honden, zowel qua huisvestings- als overige eisen, voldoen aan het Honden- en Kattenbesluit 1999.

 

Laatst Aangepast ( Friday, 09 June 2006 )