header image
Start pagina arrow Honden informatief arrow Informatief - Socialisatie
Informatief - Socialisatie Print E-mail
Wednesday, 25 January 2006

Het opvoeden van een pup is erg belangrijk. Dit om te voorkomen dat er in de omgang tussen hond en baas iets hapert. Bij een verkeerde omgang kan er op een gegeven moment zelfs sprake zijn van ongewenst gedrag. Er kunnen zelfs situaties ontstaan waarin de baas genoodzaakt is om de hond weg te doen of in het ergste geval, in te laten slapen. Het is daarom belangrijk om bij de opvoeding van de hond, de taal van de hond te spreken en te begrijpen. Het probleem is dus de communicatie. Hoe beter wij de hondentaal spreken en begrijpen, des te gemakkelijker wordt het om onze hond te begrijpen.

Socialisatie: Van pup tot volwassen hond: In ongeveer een jaar tijd groeit een pup uit tot een volwaardige hond. Daarom is het belangrijk dat een pup in het begin van zijn leven veel moet leren. Eerst van zijn moeder, fokker en later van zijn baas. Een pup doet in zijn jonge, nog prille leven al veel indrukken op. Zo moet hij leren wie hij is, zijn broertjes en zusjes leren kennen, mensen, stokken, ballen, vreemde geluiden, zal hij moeten wennen aan het lopen aan de lijn, aan het verkeer, autorijden, andere honden, katten en wat daar meer is. Het leven van een hond bestaat uit een aantal belangrijke ontwikkelingsfasen. Voor de nieuwe eigenaar is de socialisatiefase de belangrijkste, omdat de daaraan voorafgaande fasen, de vegetatieve- en inprentingsfase de pup nog bij de fokker is.
 
Er zijn vijf fasen te onderscheiden:

  • Vegetatieve fase (van geboorte t/m drie weken).
  • Inprentingsfase (van de 4e t/m 7e week).
  • Socialisatiefase (van de 8e t/m 12e week).
  • Juvenielefase (van de 13e week t/m 9e maand).
  • Groei naar volwassenheid (9e maand t/m 2 jaar).

Socialisatiefase (week 12)Vegetatieve fase: Deze fase kenmerkt zich, door het niet anders doen van drinken, slapen en ontlasten. De pup wil zo snel mogelijk groeien. Pups worden geboren als volledig hulp behoevende wezentjes en zijn geheel afhankelijk van de zorg van de moeder. Gelijk na de geboorte gaat de pup op zoek naar de tepel om te drinken. Als de pup genoeg gedronken heeft, valt hij in slaap. De pups kruipen lekker tegen elkaar aan en profiteren van elkaars lichaamswarmte. De moederhond likt de buikjes van de pups, om het poepen en plassen te bevorderen. De ontlasting wordt door de moeder opgelikt, om het nest zo schoon te houden. Bij de geboorte is de pup nog niet helemaal "af". De oren en ogen zijn nog gesloten en functioneren nog niet. Het zenuwstelsel is ook nog niet geheel ontwikkeld. De reuk-, tast-, en temperatuurzintuigen werken al wel. Rond de dertiende dag gaan de ogen open en rond de 18e dag kan de pup ook zien. Ook de reukzin ontwikkeld zich dan verder. In deze periode ontstaat ook de aanzet tot sociaalgedrag, de pups beginnen met spelen. Rond de 19e dag gaan de oren open en een dag beginnen de eerste tandjes door te komen. Ook beginnen de pups nu hun omgeving te verkennen en verlaten de pups al even het nest. Pups kennen in deze periode nog geen angst en zien alles onbevangen en staan open voor alle nieuwe indrukken en ervaringen en bezit nauwelijks de neiging tot vluchten.

Inprentingsfase (week 5)Inprentingsfase: De inprenting begint met de belangrijke overgangsfase ( 21e t/m 28e dag ), waarin een begin wordt gemaakt met een geleidelijke overstap van moedermelk naar vast voedsel (spenen). In deze overgangsfase worden ook de zintuigen steeds beter ontwikkeld en worden prikkels steeds beter verwerkt. In deze fase is het belangrijk dat de pup zoveel mogelijk in contact komt met mensen en zal veel moeten worden aangehaald. Zo kan hij de geur van mensen goed in zich opnemen. De pup heeft in het nest veel warmte, liefde, huidcontact en spel nodig, om zich goed te kunnen ontwikkelen. Na de 28e dag begint de eigenlijke inprentingsfase. De functie van de inprentingsfase is dat de pups leren wie en wat zijn soortgenoten zijn. Door omgang met zijn nestgenootjes leert hij wie en wat hij is. Zo zal hij verder leren wie en wat mensen zijn, andere dieren, geluiden, kortom alle indrukken, de inprenting dus. Alle indrukken in deze periode opgedaan worden voorgoed opgeslagen en zijn onuitwisbaar. Inprenten kan alleen in deze periode.

Socialisatiefase (week 12)Socialisatiefase: In deze fase richten zich meer en meer op de andere pups en op hun omgeving en worden zij steeds onafhankelijker van hun moeder. Ze kunnen nu zelf eten en zullen bijna niet meer bij hun moeder drinken. In deze periode gaan de meeste pups naar hun nieuwe eigenaren. Het is belangrijk om de pup overal mee naar toe te nemen, om hem aan zoveel mogelijk situaties te laten wennen. Met hoe meer situaties een pup in aanraking komt, des te beter hij straks in de mensenwereld kan functioneren. Dit betekend dat hij moet kennis maken met andere honden, de auto, andere dieren, de stofzuiger, de markt, kortom met alles wat hij later ook tegenkomt. De gebeurtenissen hoeven maar kort te duren, elke dag een aantal nieuwe situaties of dingen. Bij aanvang van de socialisatiefase kent de pup nog weinig angst en zal dus alles onbevangen tegemoet treden. Met het verstrijken van de weken neemt de angstgevoeligheid toe en neemt de neiging tot toenaderen af. De pup zal vanaf dan alles met een natuurlijke terughoudendheid benaderen. De socialisatiefase als extra gevoelige leerperiode is dan voorbij. De pup zal bij het leren meer terughoudend zijn, maar staat nog steeds open om nieuwe dingen te leren. Het is nu belangrijk om regels te stellen en te handhaven, de pup moet zijn plaats in het gezin leren. Nu is hij nog gemakkelijk te sturen. Dit betekend dat u consequent moet zijn, dat schept voor de hond duidelijkheid. Ook moet hij nu leren, niet bang te zijn voor normale dingen. Schrikt hij toch, leid hem dan af en neem hem mee naar hetgeen waar hij van geschrokken is. Troost hem niet, want hij zal dit zien als beloning van zijn gedrag. Troosten is een verkeerde manier van belonen. Troosten is mensentaal en wordt door de hond niet begrepen.

Vegetatieve fase (week 3)Juvenielefase: In de juveniele of jeugdfase groeit de pup naar de puberteit toe. Zijn positie binnen het gezin is dan al duidelijk. De meesten zullen hun plaats accepteren en zijn tevreden dat ze voldoende leiding krijgen. Een aantal zal proberen om een stukje hoger in de rangorde te komen. Hij zal proberen om het heft in eigen hand te nemen. Hij streeft ernaar om zo hoog mogelijk in de rangorde te komen. Laat er geen twijfel over bestaan wie de baas is, en dat de pup onderaan in de rangorde staat. De pup wordt in deze fase geestelijk en seksueel volwassen en dat leidt nogmaals in een sprong naar leiderschap. De hond wordt ongehoorzaam en kan dominant gedrag gaan vertonen. Het is dus zaak om ook nu weer duidelijk te blijven in de regels die u gesteld heeft. Groei naar volwassenheid: De hond is nu in hoogte uitgegroeid en zal nu gaan uitzwaren. De hond krijgt meer body. Een hond die de voorgaande fasen goed heeft doorlopen en geleerd heeft dat zijn plaats onderaan in de roedel is, zal verder een prettige huisgenoot zijn, waar u nog lang plezier van heeft.

 

Laatst Aangepast ( Friday, 09 June 2006 )